Rechtenafdracht zou de keten moeten volgen

28 mei 2014

Collectieve beheersorganisatie Lira daagde onlangs drie kabelbedrijven voor de rechter. Regisseursorganisatie VEVAM deed dat eerder ook al. Daarmee leggen zij zich niet neer bij een uitspraak van de Hoge Raad. Die bevestigde onlangs dat de kabelbedrijven voor de lineaire distributie van Nederlandse televisiezenders geen vergoedingen meer hoeven af te dragen op basis van de Wet Naburige Rechten. Wat betekent dat eigenlijk?

Kabeldoorgifte van Nederlandse televisiezenders is geen ‘heruitzending’, bevestigde de Hoge Raad recent in het zogeheten NORMA-arrest. Lira stelt dat de uitspraak van de rechter de belangen schaadt van Nederlandse scenarioschrijvers van onder meer televisieseries.

Meedelen in het succes

Rob van Esch, directeur van NLkabel: “Dat de makers moeten meedelen in het succes van een productie, onderschrijft de kabelsector volledig. Ook distributeurs hebben immers groot belang bij content van een hoge kwaliteit. Uitgangspunt is dan ook niet om de hoogte van onze rechtenafdracht aan makers omlaag te brengen, maar om die voortaan via één loket te betalen. Primair aanspreekpunt voor de maker is de producent: met hem heeft hij immers een productiecontract.”

Afspraken over heruitzending

Lira richt zich, net als verschillende andere collectieve beheersorganisaties, op de uitoefening van auteursrechten van makers. De betalingen aan deze collectieve beheersorganisaties stammen uit de tijd dat de ether-uitzendingen van de omroepen door de kabelbedrijven via hun netwerk heruitgezonden werden. Buiten de productieketen om maakte een groep collectieve beheersorganisaties toen gezamenlijk afspraken met de kabelbedrijven om de rechtenafdracht aan de makers te regelen.

Geen noodzaak meer

Inmiddels zijn de kabelbedrijven – net als andere distributeurs – onderdeel van de uitzendketen geworden: ze werken nauw samen met de omroepen bij het verzorgen van primaire uitzendingen. Daarmee is de noodzaak voor de gecompliceerde ‘buitenomroute’ voor rechtenvergoedingen vervallen. De uitspraak van de Hoge Raad bevestigt dit: de beheersorganisaties kunnen geen aanspraken meer doen gelden bij de distributeurs op basis van zogenaamde ‘heruitzending’ of ‘secundaire openbaarmaking’.

Risico bij de producent

Dat collectieve beheersorganisaties aankloppen bij distributeurs is, ook los van de rechterlijke uitspraak, onlogisch: het zorgt voor onduidelijkheid in de rechtspositie van de producent. Scenarioschrijvers, acteurs en andere makers krijgen door de producent betaald voor hun creatieve arbeid – meestal in de vorm van een eenmalige vergoeding in ruil voor hun rechtenoverdracht. De makers zijn op deze manier zeker van hun inkomsten, onafhankelijk van het succes van de productie. “De producent draagt het financiële risico”, benadrukt Rob van Esch. “Daartegenover staat dat hij ook de exploitatierechten krijgt. Discussie over de vergoeding voor scenaristen en andere makers hoort daarom in de eerste plaats daar thuis: in de dialoog tussen maker en producent.”

Simpeler rechtensysteem

Producenten, omroepen en distributeurs, verenigd in het rechtenoverleg RODAP, beschouwen de uitspraak van de Hoge Raad als een belangrijke stap op weg naar een transparanter rechtensysteem, dat de waardeketen in de audiovisuele markt volgt. Zij streven naar een systeem waarin de producent, die een rechtstreekse relatie heeft met alle rechthebbende makers, met hen de noodzakelijke rechten voor distributie regelt. De omroepen betalen distributierechten aan de producent en sluiten op hun beurt contracten met distributeurs voor verdere doorgifte – via kabel, satelliet, digitale ether, DSL of FttH.

Snel kunnen inspringen

Vereenvoudiging van het rechtensysteem is dringend nodig om de snelle ontwikkelingen in de digitale media te kunnen bijbenen. Nieuwe technologieën, distributietechnieken, platforms en gebruiksvormen volgen elkaar in hoog tempo op. De consument beschouwt het inmiddels als vanzelfsprekend dat hij zijn programma’s altijd en overal kan bekijken – op elk apparaat dat voorhanden is. Op die behoefte van de consument moeten producenten, omroepen en distributeurs snel kunnen inspringen.

Onzekerheid in de markt

Nu moeten de partijen in de audiovisuele mediaketen bij elke innovatie weer opnieuw afspraken maken over de rechtenafdracht – met een nog steeds toenemend aantal collectieve beheersorganisaties. Dat zorgt voor onduidelijkheid en onzekerheid in de markt. Elke rechthebbende maker kan toekomstige distributie volgens het auteursrecht namelijk in principe verbieden. Ook financieel is er sprake van onzekerheid: de hoogte van de, vooraf onbekende, rechtenafdracht kan bepalen of een nieuwe dienst rendabel is of niet.

Integrale benadering

RODAP wil graag om tafel met de collectieve beheersorganisaties om te komen tot een integrale benadering waarin ook de makers meedelen. Rob van Esch: “Wij vragen ons af of de belangen van de makers gediend zijn met al deze rechtszaken. NORMA is tot en met de Hoge Raad in het ongelijk gesteld. Ook de aanspraken van VEVAM zijn door de rechter verworpen. Desondanks ging VEVAM in hoger beroep en startte ook Lira een bodemprocedure. Al die rechtszaken jagen de collectieve beheersorganisaties op hoge kosten en brengen een constructieve oplossing niet dichterbij.”

Auteurscontractenrecht

Later dit jaar zal een wetsvoorstel Auteurscontractenrecht worden besproken in de Tweede Kamer. De kabelsector hoopt dat de integrale benadering zijn plek vindt in die wet.