Succesfactoren voor breedband in het buitengebied

26 januari 2016

Afgelopen vrijdag stuurde Minister Kamp (EZ) een brief aan de Tweede Kamer over de stand van zaken rondom plannen voor aanleg van snel internet in het buitengebied. Er komt een onderzoek naar succesfactoren voor breedband in het buitengebied. De minister geeft tevens aan dat hij zal blijven waken voor marktverstorende activiteiten.

Succesfactoren voor breedband in het buitengebied

In zijn brief aan de Tweede Kamer zet Kamp uiteen dat er een onderzoek komt naar succes- en faalfactoren van breedbandinitiatieven in het buitengebied. Hij heeft de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) hiervoor subsidie verleend.  De RUG is inmiddels gestart met het onderzoek en de planning is dat zij in juli 2016 de eerste bevindingen zal opleveren.

Succesvolle projecten

De leden van NLkabel hebben inmiddels de nodige ervaring opgedaan met enkele succesvolle buitengebied-projecten, waaronder de uitrol van glasvezel in Twente door CIF/CAIW, de uitrol van draadloos breedband in Zeeland door Greenet in samenwerking met DELTA en de aanleg van glasvezel door Kabelnoord in enkele buurtschappen in Fryslân. Mathieu Andriessen, directeur NLkabel: ‘er zijn 3 succesfactoren voor deze projecten. Allereerst een strakke focus op het witte gebied: richt je alleen op die percelen waar inwoners geen snel internet hebben. Ten tweede helpt een techniekneutrale blik: vlak draadloos niet uit als oplossing. De derde succesfactor is natuurlijk publieke financiering: subsidie helpt’. NLkabel verwacht dat het onderzoek van de RUG een soortgelijk beeld zal laten zien.

Geen marktverstoring

De Kamer vroeg minister Kamp in de zomer van 2015 om binnen het Europese staatssteunkader voor breedband experimenteer- en regelruimte te realiseren zodat de aanleg van snel internet versneld kan worden. 

Naast steun voor uitrol in gebieden zonder snel internet (de zogenaamde witte gebieden) ziet Kamp ook mogelijkheden voor steun in gebieden waar reeds één snel netwerk ligt, zogenaamde grijze gebieden. De staatssteunregels bieden daar de mogelijkheid tot publieke steun wanneer de aanleg van een nieuw netwerk een ‘grote sprong voorwaarts’ zou betekenen. Kamp is bereid ‘om met overheden mee te denken over de onderbouwing van een dergelijk voorstel en met de Europese Commissie in gesprek te gaan.’ Tegelijkertijd merkt hij op dat ‘de technologische ontwikkelingen van de bestaande infrastructuren (…) nog volop gaande (zijn)’ en voor hem ook ‘belangrijk is dat door overheidsfinanciering voor snel internet in de buitengebieden geen verstoring van de mededinging optreedt’. Dat laatste is natuurlijk een belangrijke randvoorwaarde. Mathieu Andriessen: ‘het is goed om te constateren dat de minister pal blijft staan voor ongestoorde mededinging en dat hij de evolutionaire ontwikkeling van bestaande netwerken erkent. Focus op grijs gebied is geen succesfactor gebleken en het leidt af van een oplossing voor de witte gebieden. Ik hoop en verwacht dat 2016 het jaar wordt van verdere breedband-uitrol in witte gebieden.’