Digitale infrastructuur in Randstad en regio Eindhoven van zeer hoog niveau

29 juli 2019

De drie belangrijkste economische regio’s van Nederland (Noordvleugel Randstad, Zuidvleugel Randstad en Brainport Eindhoven, de zogenaamde REOS-regio) staan op het gebied van digitale connectiviteit in de Europese top. Dat blijkt uit een verkenning door Dialogic en TNO naar de digitale randvoorwaarden voor toplocaties in de REOS-regio, waarbij NLconnect gesprekspartner was. Aanleg van glasvezel in kernen blijft een uitdaging.

TNO en Dialogic onderzochten de randvoorwaarden in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Ten opzichte van vergelijkbare regio’s in België, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Zweden is de stand van de digitale infrastructuur op generiek niveau van zeer hoog niveau. Met name de hoge breedbanddekking, beschikbaarheid van mobiele internet en het Amsterdamse ecosysteem met de hoge datacentercapaciteit, de AMS-IX en de aanlanding van zeekabels springen eruit. Alleen Zweden kent op dit moment een hogere dekking van glasvezel.

 

REOS

Het kabinet wil ervoor zorgen dat Nederland zijn positie in de top vijf van de wereldeconomie behoudt. Daarom ontwikkelen het Rijk en de regionale partners een Ruimtelijk-Economische Ontwikkelstrategie (REOS), gericht op het versterken van de ontwikkeling van de drie belangrijkste economische regio’s van Nederland: Noordvleugel van de Randstad, de Zuidvleugel van de Randstad en Brainport Eindhoven. REOS is een uniek samenwerkingsverband, omdat 17 partijen uit overheden en bedrijfsleven op een nieuwe manier samenwerken. Het gaat hier om drie departementen, vijf provincies, vijf steden en vier economic boards uit de drie regio’s.

De REOS-partners werken onder meer aan het versterken van connectiviteit van toplocaties vanuit economisch perspectief en het bieden van ruim baan voor digitale infrastructuur. De acties staan beschreven in het Uitvoeringsprogramma REOS. Dialogic en TNO zijn door het ministerie van Binnenlandse Zaken gevraagd om een verkenning uit te voeren naar de digitale randvoorwaarden voor toplocaties in de REOS-regio, om inzichtelijk te maken welke digitaliseringsopgaven er binnen deze regio’s spelen en wat hier mogelijk in de toekomst (additioneel) nodig is om de regio te kunnen laten floreren.

Vooral landelijke uitdagingen

Uit de regionale analyses blijkt dat de regio’s – met name op het gebied van digitale connectiviteit – weinig specifieke uitdagingen kennen: de uitdagingen zijn meestal generiek en gelden voor het hele land.

Uitdaging: binnenstedelijke verglazing

In (monumentale) binnensteden is vanuit ‘dienstenintensieve bedrijven’ en creatieve industrie grote vraag naar hoogwaardige connectiviteit, zo constateren de onderzoekers. Deze is echter (nog) niet altijd beschikbaar. Voor de REOS-regio geldt dat er duidelijke clusters van verglaasde en duidelijke clusters van niet-verglaasde adressen zijn. Veel van de kernen in de metropoolregio Eindhoven zijn vrijwel volledig verglaasd, evenals Hoofddorp, Hilversum, Amersfoort, Almere en Lelystad. Dit geldt echter niet voor (de binnensteden) van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.’

Wat betreft glasvezel is Eindhoven dus een uitzondering op de vier andere grote steden, aangezien deze stad al voor het overgrote deel is ontsloten via glasvezel. De onderzoekers zien in met name de oude binnensteden een aanzienlijke opgave: ‘gezien de drukte en krappe bebouwing leidt de uitrol al snel tot overlast, er is vaak sprake van monumentale gebouwen waar het niet altijd voor de hand ligt waar de aansluiting gerealiseerd kan worden en de ondergrond doorgaans al erg druk met bestaande infrastructuren.’

In kernen speelt verder de situatie dat de concurrentie op het vlak van glasvezeluitrol toeneemt waardoor in sommige gevallen dubbele vraagbundeltrajecten aan de orde zijn. De onderzoekers dringen hier aan op coördinatie van de uitrol door lokale overheden.

Uitdaging: capaciteit aannemerij

De onderzoekers constateren (terecht natuurlijk gegeven de sterke groei van de aanleg) dat de private investeringsbereidheid in glasvezelnetwerken in zowel het buitengebied als de kernen de afgelopen tijd sterk is toegenomen. Nederland kent in vergelijking met de andere regio’s ook al een relatief hoge bestaande glasvezeldekking. ‘De lopende glasvezeluitrol in het buitengebied en de grootschalige uitrolplannen voor de kernen zijn goede tekenen aan de wand voor de concurrentiepositie van Nederland wat betreft de beschikbaarheid van glasvezel.’

Een uitdaging met betrekking tot vaste aansluitnetwerken ligt daarbij op dit moment bij de capaciteit bij aannemers om de netwerken te realiseren. De omliggende Europese regio’s hebben ook plannen – zo constateren de onderzoekers – maar ook hier geldt de beschikbaarheid van aannemers als een veel gehoorde beperkende factor.

Uitdaging: connectiviteit voor de middelgrote zakelijke markt

Ook de zakelijke markt voor vaste aansluitingen is een landelijk gegeven. Het grootste knelpunt in deze markt is het tussen wal en schip vallen van afnemers: ‘de grote afnemers regelen hun zaken zelf wel (…) , de onderkant van de zakelijke markt kan prima af met de grootschalige netwerken die ook door consumenten gebruikt worden. Een klein deel van de middelgrote zakelijke afnemers heeft echter wel degelijk een probleem. Voorbeelden die wij gezien hebben zijn heel specifieke kleine data-intensieve bedrijven die in kernen liggen waar geen glasvezel is. Ook op bedrijventerreinen komt dit geregeld voor.’ De onderzoekers concluderen dat vraagbundeling mogelijk uitkomst kan bieden, hetgeen in de markt natuurlijk staande praktijk is.

Uitdaging: wegnemen van aanlegdrempels voor glasvezel en 5G

De uitdagingen mogen dan landelijk zijn, zij kennen vaak wel een sterke lokale uitwerking, zodat lokale en regionale overheden wel degelijk invloed kunnen uitoefenen op de voortgang van de digitale ontsluiting met bijvoorbeeld glasvezel of 5G. ‘Met name de ruimtelijke inpassing van de nieuwe netwerken leidt tot coördinatievraagstukken: dit geldt op de korte termijn voor glasvezel in het buitengebied, binnenkort voor de uitrol in van glasvezel in de kernen en op de (midden)langere termijn voor de verdichting van opstelpunten voor 5G’, aldus de onderzoekers.

Dit vraagt om een ‘richtinggevende visie en verdergaande beleidscoördinatie’. Lokale overheden kunnen bijvoorbeeld optreden als launching customer of een concrete visie op datagedreven werken ontwikkelen. De onderzoekers vragen specifieke aandacht voor het wegnemen van aanlegdrempels voor de uitrol van breedbandnetwerken, het op gang brengen van de uitrol van 5G en het organiseren van een functionerende data-infrastructuur. Daarmee sluit het onderzoek goed aan bij het onlangs gepubliceerde Handvest 5G.