Nieuwe staatssteunregels maken goedkoop internet voor minima mogelijk

22 december 2022

Vorige week heeft de Europese Commissie de staatssteunregels voor breedband herzien en in lijn gebracht met de Europese Gigabit-doelen. Ook mogen overheden voortaan subsidie geven aan sociale minima voor een snel internetabonnement.

Met de herziening van de Richtsnoeren staatssteun voor breedbandnetwerken (Broadband Guidelines) brengt de Commissie de staatssteunregels in lijn met het EU-beleid rondom digitale connectiviteit, zoals verwoordt in de mededeling over de Gigabit Society, het Digitaal Kompas en de Digital Decade strategie. De Commissie heeft zich als doel gesteld om in 2030 in alle bevolkte gebieden 5G-dekking te hebben en tegen die tijd ook alle huishoudens te voorzien van Gigabit-internet. De oude Richtsnoeren waren nog gebaseerd op de eerdere doelstelling (van de EU 2020-strategie) om een meerderheid van de Europeanen te voorzien in een internetabonnement van meer dan 100 Mbps. De nieuwe Richtsnoeren treden naar verwachting in de loop van januari in werking.

Snel internet voor sociale minima

Aanbieders kunnen netwerken aanleggen en snelle abonnementen aanbieden, maar uiteindelijk is de keuze om daadwerkelijk een abonnement te nemen aan de consument of de zakelijke eindgebruiker. Om gebruik van snel internet te stimuleren introduceert de Commissie een nieuwe categorie mogelijke steun, speciaal voor afnemers van snel internet: overheden mogen voortaan subsidie geven aan bepaalde groepen voor een snel internetabonnement. De Commissie onderscheidt hier ‘sociale vouchers’ – voor gezinnen met een laag inkomen, studenten of leerlingen – en ‘connectiviteitsvouchers’ voor ruimere categorieën eindgebruikers zoals consumenten of het MKB.

Voor de sociale vouchers moeten de lidstaten objectieve criteria opstellen om te bepalen welke consumenten er precies recht op hebben. Sociale vouchers kunnen door overheden worden ingezet voor subsidieregelingen om snel internet beter betaalbaar te maken voor sociale minima. Binnen de Richtsnoeren is het mogelijk om subsidie te geven voor de abonnementskosten, voor de installatie en voor eindapparaten als modems en routers. Dit sluit naadloos aan bij de inzet van het kabinet voor goedkoop internet voor sociale minima.

Geen staatssteun als er al een snel netwerk is

De nieuwe Richtsnoeren nemen de Gigabit-snelheid als drempel voor publieke steun aan vaste breedbandnetwerken: er is in principe geen staatssteun mogelijk in gebieden waar ten minste één vast netwerk met een downloadsnelheid van ten minste 1Gbps en een uploadsnelheid van ten minste 150Mbps aanwezig is. Hetzelfde geldt wanneer de aanleg van zo’n netwerk op geloofwaardige wijze door de markt is gepland. De Commissie sluit daarbij wonderlijk genoeg niet aan bij het concept van VHCN-netwerken, zoals eerder gedefinieerd door BEREC.

Breedband kan ook worden aangemerkt als dienst van algemeen economisch belang (DAEB). Maar de Commissie maakt duidelijk dat ook in dat geval staatssteun alleen is toegestaan als kan worden aangetoond dat particuliere investeerders niet in staat zijn om toegang tot adequate breedbanddiensten te bieden. Ook voor mobiele netwerken en voor backhaulnetwerken geldt dat staatssteun in principe niet is toegestaan als er al een snel netwerk ligt of is gepland.

Ultrasnelle netwerken?

Er kan wel sprake zijn van marktfalen – en dus van staatssteun – in situaties waar geen snel netwerk aanwezig is. Voor vaste netwerken blijft de oude onderverdeling in witte, grijze en zwarte gebieden bestaan. Daarbij hanteert men voortaan het begrip ‘ultrasnelle netwerken’. Deze worden gedefinieerd als netwerken met een – niet zo ultrasnelle – downloadsnelheid van ten minste 100 Mbps. Ook het concept van de ‘step change’ – de significante verbetering die de aanleg van een netwerk met staatssteun moet opleveren – blijft van toepassing.

Wit, grijs en zwart

Een wit gebied blijft een gebied zonder een (gepland) vast netwerk van minstens 100 Mbps. In een grijs gebied ligt één zo’n netwerk, in een zwart gebied zijn er tenminste twee. In witte en grijze gebieden is staatssteun alleen mogelijk als het nieuwe netwerk de aanwezige snelheid tenminste verdrievoudigt en ook significante nieuwe mogelijkheden op de markt introduceert (step change). In zwarte gebieden geldt de aanvullende eis dat het nieuwe netwerk ten minste 1Gbps downloadsnelheid en 150 Mbps uploadsnelheid moet bieden. Nieuw is dat steun ook mogelijk is in wit-grijs-gemixte gebieden, dus waar één of twee netwerken met ten minste 100 Mbps liggen. Voorwaarde is naast de step change dat de aanleg met staatssteun is gelimiteerd tot maximaal 10% van de adressen in het grijze gebied.

97% dekking met Gigabit internet

Voor Nederland is de steun voor de aanleg van netwerken niet heel erg relevant: Gigabit downloadsnelheden zijn inmiddels beschikbaar in 97% van de woningen in ons land. VodafoneZiggo realiseerde dit jaar Gigabit-downloadsnelheden in haar volledige footprint van 7,4 miljoen huishoudens. De uploadsnelheid blijft daar met 50 Mbps weliswaar achter, maar hogere uploadsnelheden via de kabel zijn technisch mogelijk. Ziggo maakte hiervoor ruimte vrij door te stoppen met de doorgifte van analoge FM-radio via de kabel. Bovendien gaat de uitrol van FttH momenteel zo hard, dat binnen een paar jaar het land volledig is verglaasd. Dit jaar schoot de FttH-dekking voorbij de vijf miljoen woningen en het huidige tempo ligt op een miljoen nieuwe aansluiting in een jaar. Vrijwel overal ligt dus glasvezel of staat de uitrol gepland. En ook op het vlak van 5G en backhaulnetwerken is de dekking zeer hoog en en is de markt zeer actief.

Staatssteun voor de laatste 19.000 adressen mogelijk

Daarmee is staatssteun voor de aanleg van snel internet voor vrijwel het hele land eigenlijk uitgesloten, uitgezonderd de laatste ‘witte’ adressen zonder snel vast internet. Zoals becijferd door Dialogic gaat het hierbij om zo’n 19.000 adressen, die geen zicht hebben op een verbinding van 100 Mbps of hoger. Om die te voorzien van Gigabit internet zal staatssteun nodig zijn. Binnen de nieuwe regels blijft dat mogelijk. De regering gaf eerder aan in het voorjaar te komen met plannen voor de financiering daarvan.