NLconnect is de branchevereniging van de telecom-, breedband- en glasvezelindustrie

Blog Mathieu Andriessen: van camera tot scherm, op IBC2026 draait alles om connectiviteit

Opinie
14 september 2026
Blog Mathieu Andriessen: van camera tot scherm, op IBC2026 draait alles om connectiviteit

Afgelopen weekend vond in de RAI Amsterdam IBC 2026 plaats, een van ’s werelds grootste beurzen voor broadcast en mediatechnologie, met ruim 40.000 bezoekers uit de hele wereld. IBC staat voor International Broadcasting Convention, maar is anno 2026 vooral een beurs vol cutting edge technologie rond video en connectiviteit. Voor NLconnect is IBC daarom een zeer relevante beurs. Mijn belangrijkste observaties voor de telecomsector: van camera tot scherm spelen IP-netwerken een steeds grotere rol, aan zowel de productie- als distributiekant. En AI dringt op vrijwel iedere plek in de video- en televisieketen door.

5G als onderdeel van (live) videoproductie

Het belang van IP-netwerken begint al bij de camera. Mobiele netwerken worden gebruikt voor televisieproductie op locatie, bijvoorbeeld met backpacks voor cameraploegen om videobeelden vanaf locatie direct via publieke mobiele netwerken te versturen. De camera hoeft daarmee niet meer via een traditionele videokabel verbonden te zijn met een productiewagen op locatie. Meerdere mobiele verbindingen, eventueel van verschillende operators, kunnen daarbij met bandwidth bonding worden gecombineerd tot één robuuste verbinding. 5G bouwt daarbij voort op 4G, met meer uplinkcapaciteit en lagere latency. Dat maakt mobiele connectiviteit ook steeds geschikter voor remote production. Haivision demonstreerde in dat kader samen met EVS een opstelling waarbij camerabeelden vanaf IBC via het publieke 5G-netwerk werden verstuurd en op afstand werden geproduceerd (in Luik). Ook IBC zelf liet zijn sessies in Amsterdam dit jaar met op afstand bediende camera’s opnemen, waarna het materiaal door een team op afstand (in dit geval in Praag) werd gemonteerd. Dat kan met publieke 5G, maar ook private 5G werd op IBC voor dit soort toepassingen getoond.

Een bredere trend is dat liveproductie steeds minder afhankelijk wordt van één type netwerk. Bij Peplink zag ik oplossingen waarbij vaste verbindingen, 4G/5G en LEO-satelliet gezamenlijk kunnen worden ingezet. Verbindingen kunnen worden gebundeld of als fallback voor elkaar dienen. Vast, mobiel en satelliet zijn dus niet alleen alternatieven voor elkaar, maar worden steeds meer als één hybride connectiviteitsoplossing ingezet.

Network slicing en CAMARA

Connectiviteit maakt het dus mogelijk om opname, productie en montage steeds verder fysiek van elkaar los te koppelen. En er komen nieuwe mogelijkheden aan om de kwaliteit van de verbinding beter te sturen. Met network slicing kan binnen een mobiel netwerk capaciteit en kwaliteit voor een specifieke toepassing worden gereserveerd, dus ook voor een betrouwbare en voorspelbare uplink voor live productie. Nog een stap verder gaat de CAMARA Quality on Demand API. CAMARA is een initiatief van de GSMA en mobiele operators om gestandaardiseerde API’s te ontwikkelen waarmee toepassingen rechtstreeks functies van mobiele netwerken kunnen gebruiken. Een consortium van onder meer BBC, Vodafone, EBU, GSMA, Haivision en Neutral Wireless demonstreerde op IBC hoe de CAMARA QoD API kan worden gebruikt voor liveproductie: vanuit de productieomgeving wordt voor een belangrijke videofeed tijdelijk een bepaalde netwerkkwaliteit aangevraagd. De techniek werd ook al in de praktijk getest, onder meer tijdens de eerste etappe van de afgelopen Tour de France en bij een recente voetbalwedstrijd van Borussia Dortmund. Daarbij werd zichtbaar verschil gemeten tussen een reguliere best-effort mobiele verbinding en een verbinding met Quality on Demand. Het netwerk wordt daarmee steeds meer programmeerbaar vanuit de toepassing.

Video over internet: kwaliteit tot aan het scherm

Ook bij distributie naar het scherm speelt IP een hoofdrol. Traditionele broadcasttechnieken als DVB en DAB bestaan nog, maar het zwaartepunt van videodistributie ligt tegenwoordig dankzij streaming, IPTV en social video bij IP en andere internettechnologie. Video vormt het leeuwendeel van het internetverkeer en dus is de kwaliteit van televisie en andere video steeds directer afhankelijk van de kwaliteit van internetinfrastructuur. Op IBC kwam in dat verband Media over QUIC, of MoQ, regelmatig voorbij; een nieuwe technologie om live video met minder vertraging via internet naar grote aantallen kijkers te verspreiden. De huidige distributie via CDN’s is uitstekend geschikt om video op grote schaal te verspreiden, maar zorgt door onder meer buffering voor vertraging. Een techniek als WebRTC kan video met veel minder vertraging worden verstuurd, maar is minder geschikt om hetzelfde livebeeld massaal naar honderdduizenden of miljoenen kijkers te distribueren. MoQ probeert die twee eigenschappen te combineren: zo weinig mogelijk vertraging en toch massale distributie via internet. 

Binnenshuis wordt veel video uiteindelijk draadloos geconsumeerd: de laatste meters zijn WiFi. Hoe goed het achterliggende netwerk en de distributie via internet ook zijn, voor een goede kijkervaring is ook een goede WiFi-verbinding nodig. En juist daar is het van oudsher voor internetproviders en streamingdiensten lastig om goed grip te krijgen op de kwaliteit. Als een stream hapert, belt de consument bovendien eerder zijn provider dan de streamingdienst, zeker wanneer die provider streamingdiensten in zijn eigen televisieplatform integreert en aanbiedt.

In een door SCTE georganiseerd panel over de toekomst van televisiedistributie, met onder meer VodafoneZiggo, maar ook in andere sessies, kwam naar voren dat internetproviders via de gateway steeds meer zicht krijgen op de prestaties van het thuisnetwerk. Die data kan met AI worden gebruikt om WiFi-problemen te herkennen, maar steeds vaker ook om ze te voorspellen en automatisch op te lossen voordat de klant er last van heeft. 

Daarbij kwam een interessante observatie voorbij. Door de sterk gestegen prijzen van geheugen, chips en andere componenten (sommigen spreken van ‘RAMmageddon’) wordt de vervangingscyclus van Customer Premises Equipment (CPE) door operators opgerekt. Nieuwe software moet dus langer blijven functioneren op oudere CPE-hardware. Monitoring en beheer van WiFi-issues door AI kan helpen om die apparatuur langer effectief te beheren.

AI en agents door de hele televisieketen

AI was op IBC sowieso overal en heeft potentie om te worden ingezet op vrijwel elk punt in de televisieketen: van ondertiteling, realtime vertaling en dubbing tot editing, metadata, beeldverbetering en upscaling, content discovery, netwerkbeheer en piraterijbestrijding.

Op meerdere stands zag ik automatische ondertiteling en realtime vertaling met AI. Logisch, want dat ligt heel dicht tegen de wereld van large language models aan: de software moet begrijpen wat er wordt gezegd en rekening houden met betekenis en context om tot een goede vertaling te komen. Ook automatische dubbing (nasynchronisatie) komt eraan. 

Ondertiteling, vertaling en dubbing zijn nog relatief afgebakende AI-toepassingen, maar met AI-agents kan AI ook worden ingezet om binnen een proces zelfstandig verschillende taken uit te voeren. KPN vertelde tijdens de sessie ‘AI-native media operations’ dat een AI-agent al een deel van de controles rond de verwerking van EPG-data uitvoert. Programmagegevens veranderen voortdurend en moesten bij het binnenhalen op onderdelen nog handmatig worden gecontroleerd. De AI-agent voert die controles nu 24 uur per dag uit, onder menselijke supervisie. KPN verwacht dergelijke agents de komende tijd ook in meer processen te kunnen inzetten.

Agents kunnen ook een rol krijgen aan de kant van de kijker, bijvoorbeeld als een persoonlijke assistent die actief op zoek gaat naar programma’s, films of andere content die aansluit bij je voorkeuren: een volgende stap na de aanbevelingen die televisieaanbieders en streamingdiensten nu al doen. Zulke agentic discovery roept wel nieuwe vragen op. Tot welk aanbod heeft zo’n agent toegang: alleen tot je televisieabonnement en de streamingdiensten waarop je geabonneerd bent, of kan hij over verschillende platforms heen zoeken? Over welke gegevens over de gebruiker beschikt de agent? En wie is eigenlijk het beste in positie om zo’n agent aan te bieden: een streamingdienst, een bigtechbedrijf of een aggregator zoals je televisieprovider? Genoeg voer voor discussie dus. En die discussie zal binnen de industrie vast nog niet zijn uitgewoed voordat de volgende editie van IBC alweer begint.

Mathieu Andriessen is directeur bij NLconnect