Persbericht: Downloadsnelheid blijft voor consument essentiëler dan uploadsnelheid

25 juni 2014

Een hoge downloadsnelheid blijft in de toekomst voor consumenten relevanter dan een hoge uploadsnelheid. Dat blijkt uit onafhankelijk onderzoek van de Technische Universiteit Eindhoven en Dialogic. De onderzoekers voorspellen dat de gemiddelde vraag van consumenten naar internetsnelheden in 2020 op 165 Mbps download en 20 Mbps upload zal liggen.

Dialogic en de TU/e onderzochten in opdracht van brancheorganisaties NLkabel en Cable Europe hoe de vraag naar internetsnelheden zich zal ontwikkelen tussen nu en 2020. Zowel de vraag naar downloadsnelheid als de vraag naar uploadsnelheid werd onderzocht.

Geen gebruik van symmetrische snelheden

De reden dat downloadsnelheid het belangrijkst blijft, ligt voor de hand: consumenten consumeren veel meer content dan ze produceren. Het internet wordt gedurende de dag door consumenten niet symmetrisch of ‘synchroon’ gebruikt. Ook is de downloadsnelheid vaak kritisch om een dienst te kunnen consumeren, terwijl dat bij uploadsnelheid nauwelijks het geval is. De onderzoekers voorspellen een verhouding tussen upload- en downloadsnelheid van 1:8.

Revolutionaire diensten

Bij de berekening van de toekomstige behoefte aan uploadsnelheid hielden de onderzoekers rekening met eventuele revolutionaire nieuwe diensten, de komst van Ultra HD en het toenemend gebruik van remote back-up. Die ontwikkelingen zullen zorgen voor een grotere vraag naar hoge uploadsnelheden. De vraag naar hogere downloadsnelheden zal echter veel sneller groeien, verwachten de onderzoekers. En dat komt vooral door de voorziene snelle groei van online video.

Ook voldoende bandbreedte voor power users

In het onderzoek is expliciet gekeken naar de zogeheten power users. Deze groep, die ongeveer 2% van alle gebruikers uitmaakt, genereert op dit moment ongeveer de helft van al het uploadverkeer. De onderzoekers verwachten dat deze groep in 2020 uit de voeten kan met een downloadsnelheid van 1 Gbps en een uploadsnelheid van 315 Mbps.

 

Kwantitatief onderzoeksmodel

Om de vraag naar internetsnelheden in de komende jaren te kunnen voorspellen, ontwikkelden de onderzoekers een kwantitatief model. Dit model maakt onderscheid tussen verschillende groepen internetgebruikers, waaronder ‘power users’ en gemiddelde gebruikers. Ook keken de onderzoekers naar verschillende applicaties en online diensten, zoals peer-to-peer filesharing, online video en cloudopslag. De onderzoekers schatten zowel het totale dagelijkse volume aan dataverkeer en de relatieve urgentie van dat verkeer per applicatie en per gebruikersgroep. Als uitgangspunt voor de schatting gebruikten de onderzoekers data over het huidige internetgebruik bij Nederlandse kabel- en FttH providers en data van Sandvine en Cisco.

Het onderzoeksrapport, een infographic en een interview met de onderzoekers(video) is hier te verkrijgen.